Herkomst van het hout over de eeuwen

Er was in de vijftiende eeuw al een enorme vraag naar hout voor de snel opkomende steden en voor de scheepsbouw. Rond 1500 had Nederland een enorme vloot aan schepen die over zee naar de ons omringende landen voeren. Ook de molen was sterk in opkomst. Hier in Friesland had rond 1540 vrijwel elke boerderij al een eigen watermolen of werd er een molen tussen twee kleinere boerderijen geplaatst en gedeeld. Er was enorm veel hout nodig voor al die activiteiten. Er werden boerderijen gebouwd en alles moest onderhouden worden. De oorlog tegen Spanje had in de zestiende eeuw tot gevolg dat er veel gebouwen werden verwoest en met name in Friesland veel kerktorens in brand waren gestoken die moesten worden herbouwd. Ook voor de zeeweringen en sluisjes en bruggen was veel hout nodig.

Die vraag naar zoveel hout putte de eigen bossen in oostelijk Nederland al snel uit. Het hout moest steeds van verder komen. Eerst kwam het hout uit Nederland zelf. Toen het hout in Nederland opraakte werd het gehaald uit west Duitsland. En zo kwam het hout in het Rijngebied van steeds verder stroomopwaarts. Er kwamen een aantal keer per jaar vlotten van honderden meters lang en wel vijftig tot zestig meter breed en meters dik de Rijn afzakken naar de stapelplaats Culemborg. Een gedeelte van dat hout kwam dus blijkbaar ook naar Friesland. Ondertussen voeren talloze wat kleinere schepen langs de kust naar Hamburg om bij de stapelplaats Harburg onder Hamburg hout te laden dat van het enorme achterland van de Elbe kwam. Er voeren grotere schepen als maar op en neer naar Noorwegen om hout te halen. Toen Noorwegen na 1600 besloot dat er aan de Engelsen meer te verdienen viel moesten deze schepen door het Sont naar de Oostzee varen om hout te halen in Polen Zweden en de Baltische Staten.

Er werd tot 1600 hoofdzakelijk eikenhout gebruikt. Uit mijn verzameling boorstalen van bintwerken van Friese boerderijen blijkt dat grenenhout voor 1600 niet voorkomt en dat eikenhout na 1600 alleen nog maar sporadisch voorkomt. Geen van de eikenstalen die ik heb uit de zestiende eeuw wijst op een herkomst van het hout uit Nederland zelf. Ongeveer de helft van het eikenhout komt uit Noorwegen en soms Zweden en de andere helft komt uit het Rijn gebied. Een enkele staal komt uit Noord Duitsland; Hamburg en Lubeck.

Er zijn twee belangrijke trends zichtbaar in de houthandel over de eeuwen. De eerste trend is dat het hout steeds van verder moest komen en de tweede trend is dat het hout over de eeuwen minder van kwaliteit werd.

Houtworm houdt van spinthout, van warmte en van vocht. Boerderijen vol vee voldoen geweldig aan deze voorwaarden. Het is er altijd warm en vochtig

Eikenhout heeft maar een vijfentwintigtal spintringen maar bij grenenhout kan dat wel oplopen tot 100 of meer ringen. Bij eikenhout is de schade door houtwormvraat in de boerderijenbouw van weinig belang maar bij grenenhout met de vele spintringen des te meer.

Tot 1600 werd er dus in eikenhout gebouwd, daarna werd het hoofdzakelijk grenenhout. De timmerlieden wisten heel goed dat spinthout gevoelig was voor houtworm dus toen er nog een overvloed aan hout beschikbaar was kozen de timmerlieden voor de dikkere bomen en kapten ze het spinthout er zoveel mogelijk van af.

Geef een reactie