Hergebruik van constructiehout in de boerderijbouw

Hergebruik van bouwmaterialen is over de eeuwen een goed gebruik geweest. In tegenstelling tot vandaag de dag waren vroeger de kosten voor de bouwmaterialen hoog en de arbeidskosten laag. Het was dus haalbaar en goedkoop om nog goede bouwmaterialen in de nieuwbouw te hergebruiken. Het hout was vroeger van een veel betere kwaliteit. Het kon probleemloos eeuwen mee, voor zover althans dat het dak goed dicht werd gehouden.

De oudst bekende, in primair gebruikt eikenhout gebouwde, Friese boerderij van de familie Van der Hoff uit Roodhuis is van 1596 en de ruim 420 jaar oude eikenconstructie is, op nkele plekken na waar vroeger lekkages zijn geweest, nog steeds in een uitstekende conditie. Dat is ook zo voor de eikendelen van de boerderij van de familie De Vries in Drogeham. In deze boerderij zijn ruim 500 jaar oude eiken constructiedelen te vinden uit 1510! Bij deze boerderij is gedeeltelijk wel sprake van meer aantasting van het hout, maar dat komt doordat een gedeelte van het hergebruikte eikenhout vroeger onderdeel is geweest van een open hooiberg. Hooiberg onderdelen die onbeschut in weer en wind hebben gestaan, en later zijn hergebruikt, laten aan de buitenkant altijd een sterke mate van aantasting zien. De kern van het hout is dan vaak nog in een prima conditie. Ook het vroegere grenenhout kon de tand des tijds prima doorstaan. Omdat grenen een dikkere laag spinthout heeft dan eiken is de buitenkant van het echt oude grenenhout wel meer aangetast dan eikenhout uit dezelfde periode. Ten noord oosten van Grou (Leechlân 3) staat een boerderij, van de familie De Vries, waarvan de grenen stijlen allemaal van rond 1625 zijn; inmiddels bijna vier eeuwen oud. 
Boerderijen met vergelijkbaar oud grenenhout zijn hier en daar nog te vinden. In de steden staan huizen met eiken constructie's die nog veel ouder zijn dan de oudste boerderijen. Boerderijschuren staan veel open en er staat vee in dat veel vocht afgeeft. Huizen worden over het algemeen beter dicht gehouden en verwarmd. Perfecte eikenconstructies uit de 15e of 14e eeuw zijn dan niets bijzonders. Onlangs heb ik eikenhout uit een, helaas afgebroken, pand uit Franeker gedateerd op 1433! Kortom, goed hout gaat eeuwen en eeuwen mee als het dak maar dicht wordt gehouden.

 

Ruwweg kunnen de volgende vormen van hergebruik van constructiehout worden onderscheiden:

  • een boerderij werd in zijn geheel verplaatst;
  • onderdelen van de oude boerderij (of van elders) werden hergebruikt bij de bouw van een nieuwe boerderij;
  • de bestaande schuur werd verlengd;
  • de stijlen van een hooischuur of hooiberg werden hergebruikt en met nieuw hout voor de draaghouten en liggerbalken aangevuld;
  • een nieuwe boerderij werd opgetrokken van alle mogelijke stukken hergebruikt hout.

Het verplaatsen van de boerderij
Er zijn meerdere spraakmakende verhalen van boerderijen bekend waarbij een boerderij óf op het eigen perceel werd verplaatst óf naar een dorp verderop werd verplaatst. Een verplaatsing op de eigen grond kon bijvoorbeeld nodig zijn als er een nieuwe weg werd aangelegd en de boerderij door de verplaatsing een betere ontsluiting kreeg. Bij de nieuwbouw van een (grotere) boerderij werd het bintwerk van de oude schuur soms in zijn geheel verkocht en verplaatst. Die verplaatsingen, waar hele dorpsgemeenschappen bij betrokken waren, waren zo indrukwekkend dat er lang over gesproken werd. Zozeer zelfs dat het achteraf lijkt of die verplaatsingen schering en inslag waren. Dat is echter niet het geval, het zal in feite zelfs zelden zijn gebeurd.

Wat er mogelijk verward wordt is dat er, bijvoorbeeld bij de aanleg van een nieuwe weg, een nieuwe boerderij nabij die weg werd gebouwd en dat de oude boerderij werd afgebroken. Het bouwhout en de stenen van de oude boerderij werden daarbij dan al of niet hergebruikt. Daar zijn veel voorbeelden van. In de volksmond heet het dan dat de boerderij is verplaatst maar in werkelijkheid is alleen de woonplek verplaatst maar niet het gebouw zelf.

Zo zijn er wel drie verhalen van verschillende boerderijen in Oosterend die in hun geheel zouden zijn verplaatst. De gebouwen waren al heel oud,dacht men. Vroeger hadden de boerderijen een flink stuk verderop gestaan. Uit de datering van het hout blijkt echter dat het in alle drie de gevallen een jonge boerderij betreft en uit archief onderzoek blijkt dat bijvoorbeeld de "oude" boerderij op Eeskwert nog minstens 30 jaar is blijven staan tot deze in 1912 werd geruimd.

 

Hergebruik van hout in een nieuwe boerderij
Over de eeuwen zijn de boerderijen alsmaar groter geworden. Voor de grotere delen van de constructie zoals voor de stijlen en de liggers van de nieuwe boerderij konden de oude en kortere stijlen en liggerbalken niet hergebruikt worden.  Meestal zie je hergebruikt bouwhout dan ook alleen maar in de kleinere delen van de nieuwe constructie, vooral als jaagband en korbeel.

Hergebruikt hout in de kleinere constructiedelen van een nieuwe boerderij.

Er zijn talloze voorbeelden van hergebruikt hout. Heel vaak zijn de jaagbanden of korbelen gemaakt van oude eiken hooibergroeden of hooischuur onderdelen, te herkennen aan de kapgaten in het hout. De oude vloerbalken van een afgebroken voorhuis zijn ook heel geschikt om als jaagband te dienen. Het valt nooit te bewijzen dat het hergebruikte hout van de voorganger van de nieuwe boerderij afkomstig is maar heel waarschijnlijk is het wel. Op het moment dat er een nieuwe boerderij wordt gebouwd, wordt immers de oude ook afgebroken. Bintwerken gaan erg lang mee. Drie of vier eeuwen is niets bijzonders. De kans is daarmee niet groot, wanneer er een nieuwe Friese boerderij werd gebouwd, dat de voorganger ook al een Friese boerderij was. Het is veel waarschijnlijker dat de voorganger nog een langhuis was. Als het hergebruikte hout duidelijk van een hooiberg of hooischuur afkomstig is, kan dat een extra aanwijzing zijn dat er voor het nieuwe gebouw een langhuis met hooiberg of hooischuur stond. Hergebruikt eikenhout is nagenoeg altijd van vóór 1600.

Als een gebinte van een boerderij drie eeuwen meegaat en de Friese boerderij eigenlijk pas vanaf 1600 overal in het landschap verscheen, dan gaan die bintwerken tot ver na 1900 mee. Je kunt dus vrij algemeen stellen dat alle tussen 1600 en 1900 nieuwgebouwde Friese boerderijen als voorganger een langhuis hadden. Als vrijwel altijd de voorganger van een nieuw gebouwde Friese boerderij een langhuis was dan is ook nog te achterhalen waar allemaal nog langhuizen stonden op een bepaald moment. Stel dat we uitzoeken welke Friese boerderijen jonger dan 1800 zijn, dan weten we meteen dat die boerderijen dus nog langhuizen waren in 1800.

 

Het verlengen van een bintwerk

In lijn van het voorgaande ligt het voor de hand dat de bintwerken, die eeuwen meekonden, wél aangepast moesten worden aan de ontwikkelingen. Door grondverbetering en landaankopen was er meer bergruimte nodig. De meest voor de hand liggende vorm van hergebruik van een bintwerk is door deze simpelweg naar voren of naar achteren te verlengen met een extra bint. Dit kwam ontzettend veel voor. Soms, als het voorhuis ook werd vernieuwd, werd er aan de voorkant een bint bijgeplaatst en schoof het voorhuis 6 tot 7 meter op naar voren (zoals bijvoorbeeld is te zien in de boerderij van de familie Reitsma in Easterwierrum), maar meestal vond de uitbreiding aan de achterkant plaats. Op een relatief goedkope manier kon de boerderij dan flink vergroot worden. Opvallend is dat deze boerderijen goed herkenbaar zijn in het landschap. Ze hebben door het oude bint een wat lage nokhoogte en zijn in verhouding te lang; Het type van de “lage lange rug”. Dit soort verlengingen begon al ruim voor 1800 en  werd heel veel toegepast. Het interessante hieraan is dat er altijd een oud bintwerk is te vinden in de boerderijen van het type van de “lage lange rug”. Voor het onderzoek naar de boerderijbouw bestaat dit type uit de oude vorm die het had vóór de verlenging en de vorm van ná de verlenging.

De boerderij van Galema te Burgwerd wordt met een extra bint verlengd in 1925. Met dank aan Lolle Baarda uit Burgwerd die mij attent maakte op de bovenstaande foto (privébezit fam. Galema)

In Burgwerd staat de boerderij van de familie Galema, gebouwd in 1863 en verlengd in 1925. De boerderij is gebouwd in noordzweeds grenen rondhout. Wonderlijk genoeg komt het hout van de bouw in 1863 uit precies hetzelfde gebied als het hout van de verlenging van 1925. Toeval of is de verlenging uitgevoerd door hetzelfde aannemersbedrijf met contacten in Zweden? Dat weten we allemaal nog niet. Waren er houtinkopers die met vaste handelskantoren in het buitenland werkten of bestelden de aannemers hun hout al zelf? Dat laatste lijkt niet heel waarschijnlijk. Verder onderzoek zal hier hopelijk ook wat duidelijkheid in kunnen verschaffen.

 

Het hele bintwerk optillen

Er kan ook ruimte worden gewonnen door de hele schuur als het ware op te tillen en te verhogen.

De schuur kan verlengd worden met een extra bint, maar een nadeel daarvan is dat het veeverblijf en het schuurpad wel langer worden maar niet breder. De nokhoogte en de breedte van de schuur verandert immers niet. Een andere manier om ruimte te winnen is door de schuur in zijn geheel op te tillen en de klippen flink te verhogen.

Eigenaar Pieter-Karst Bouma bij een flink verhoogde klip

De nok wordt dan evenveel hoger en bij een gelijk blijvende dakhelling kunnen de buitenmuren evenveel worden verhoogd of een stuk naar buiten worden geplaatst, óf allebei.

Een goed voorbeeld hiervan is de boerderij van de familie Bouma in Winsum. De originele constructie van de schuur is van 1691. De klippen zijn hier wel anderhalve meter verhoogd. Mogelijk is dat rond 1880 gedaan. Daarmee is het volume van schuur onder het vierkant ruim 20% groter geworden.

 

 

De oude hooischuur van het langhuis wordt in de nieuwe Friese boerderij opgenomen

Eiken vierkant van een hooischuur opgenomen in een Friese schuur

Een heel bijzonder vorm van hergebruik is het als een enkel of dubbel vierkant van een ooit losstaande hooischuur van een langhuis is opgenomen in de Friese schuur die als vervanger voor het langhuis werd gebouwd. De korte stijlen van de voormalige hooischuur staan dan op relatief hoge klippen (poeren). Die hoogte kan wel anderhalve meter zijn. In een geval als dit zijn zowel de stijlen als de liggerbalken van de oude hooischuur hergebruikt.

Een schitterend voorbeeld hiervan is de boerderij van de familie Brandse op de útbuorren Flansum bij Irnsum. Het eikenhout van de hergebruikte hooischuur is 16e eeuws en het voorste en achterste bint en de draaghouten en jaagbanden zijn van 1835. Op de foto zien we de middelste eiken stijlen van de voormalige hooischuur zoals deze is opgenomen in de rond 1835 nieuw gebouwde Friese schuur.

 

Een allegaartje van hergebruikt bouwhout
Soms is er in een boerderij hier en daar wat hergebruikt hout te vinden, maar er zijn er ook die totaal van hergebruikt materiaal zijn gebouwd. Alleen de lange draaghouten zijn dan van de bouwdatum. Er is zelfs een boerderij waarvan de stijlen bestaan uit aan elkaar “gelaste” stukken hout die met zware stukken ijzer aan elkaar zijn verbonden.

Een samenstelling van allerlei hergebruikt hout.

Soms gaat het om een compositie van allerlei houtsoorten  van verschillende herkomst; van scheepsmasten tot balken uit afgebroken staten en van hooibergroeden tot hooischuurstijlen, met overal de zichtbare sporen van dat eerdere gebruik. Een rommeltje met elkaar. Een gedeelte in slechte staat en andere delen nog gaaf. Het zijn er niet veel maar ze zijn nog te vinden en ze doorstaan ook nog de tijd.

Het voorhuis en de schuur van een boerderij kunnen gelijk zijn gebouwd maar heel vaak is dat niet het geval. Als de schuur niet meer voldeed werd er een nieuwe gebouwd en dan werd het voorhuis vaak behouden, of andersom. Als het voorhuis niet meer voldeed werd dit aangepast of nieuw gebouwd maar bleef de schuur ongewijzigd. Er zijn legio voorbeelden waarbij de schuur en het voorhuis verschillend dateren. Voorhuis en schuur hebben ook een totaal andere functie. Als een schuur flink werd uitgebreid waren er wel grotere werkvertrekken nodig om de melk te kunnen koelen en karnen. Het karnvertrek valt nagenoeg altijd onder het dak van de schuur. De molkenkelder waar de melk werd gekoeld viel ook onder het dak van de schuur op de hoek, tenminste als de schuurdeuren aan de achterkant zitten, óf in het voorhuis. Het opschalen van de molkenkelder kan een reden zijn geweest om ook het voorhuis te vergroten.  De voorhuizen bij de langhuizen waren 2,5 tot 3,5 vak lang. (gebaseerd op archiefdata). Dat wil zeggen dat de meesten ruwweg tussen de 6 en 8 meter lang waren inclusief de voor- en achtermuur dikte. Breed zijn ze tussen 5,5 en 6,5 meter. Die maatvoering werd bepaald door de binten die oorspronkelijk van het voorhuis tot helemaal achter in het buitenhuis doorliepen.

Het is opmerkelijk hoeveel boerderijen vandaag de dag nog een relatief klein voorhuis hebben. Het lijkt erop dat de voorhuizen qua fundering of maatvoering nog uit de tijd van het langhuis stammen. Interessant om eens nader te onderzoeken. Er zijn vaak nog heel oude muurstukken terug te vinden in de voorhuizen. Bij de eerder genoemde boerderij van Brandse op Flansum vonden we, op aangeven van de eigenaar, een eiken staander van een voorhuisbint terug in de muur. Ongetwijfeld stamt die muur nog van het langhuis. De bintstijl is van de eerste helft van de 16e eeuw!

 

Easterein 1 augustus 2017.  Tekst, foto’s en dendrochronologische ouderdomsbepalingen: Paul Borghaerts (c).

Redactioneel meelezer: Liuwe Westra, Lollum.

Doorsnede tekeningen: Meinte Hendriks van Wietse B. Ligthart Bouw-Tekenburo

2 reacties op Hergebruik van constructiehout in de boerderijbouw

  1. Marten de Boer schreef:

    Voortreffelijk artikel Paul.
    Mis , op de foto, de poer onder de eiken hooiberg-staander v Jan Brandts, terwijl je daar op wijst, gr. Marten

    • Paul Borghaerts schreef:

      Dank je voor je compliment Marten. Je hebt gelijk dat de verhoogde poer bij Jan Brandse niet is afgebeeld. De verhoogde poer van Bouma is iets eerder al afgebeeld en 2 keer leek me wat veel.
      Over de boerderij van Brandse komt natuurlijk een apart verhaal dus ik wil mijn kruid ook niet verschieten. Een langhuis!! waarbij, onder de haaks op het langhuis staande schuur, de oude hooischuur verborgen gaat……..
      .

Geef een reactie