De historische benaming van de houten constructiedelen van “Friese boerderijen”.

A Stijl
B Ligger of liggerbalk
C Korbeel
D Draaghout
E Jaagband
F Nok
G Hanenbalk
H Spantbeen
I Dakgording

    • Stijl, liggerbalk en korbeel (A, B en C ) vormen samen een bint.
    • De spantbenen met de hanenbalken (G en H) vormen samen het spant, ook wel het “A-frame” genoemd.
    • De draaghouten liggen in de lengterichting van de boerderij en verbinden de binten. De draaghouten dragen het dak van de schuur.
    • De binten met de draaghouten vormen samen “het blok”van de schuur; een kubus met daarop het dak van de schuur en naar vier kanten een aflegering vanaf het draaghout naar de muren. Het grondoppervlak van de kubus vormt de gollen oftewel de hooivakken. De vier aflegeringen zijn: het groot buitenhuis aan de ene zijkant en het schuurpad aan de andere zijkant van de schuur, het kleine buitenhuis aan de achterkant, en als laatste de voorste aflegering waar het karnvertrek en de karnmolen is gelegen. Het voorhuis van een kop-hals-romp boerderij ligt gewoonlijk recht voor het groot buitenhuis.
    • De korbelen zijn de schoren tussen de stijl en de liggerbalk.
    • De jaagbanden zijn de schoren in de lengterichting van het gebouw tussen stijl en draaghout.
Dakvlak gemaakt op de “oude”manier. 4 sparren één juffer met de hanenbalken tussen de juffers. Omdat de juffers op de buitenkant van het draaghout staan wil het draaghout naar buiten kantelen.
Dakvlak gemaakt op de “oude” manier. Vier sparren één juffer met de hanenbalken tussen de juffers. Omdat de juffers op de buitenkant van het draaghout staan wil het draaghout naar buiten kantelen.
    • In de oudste boerderijen werd nog geen “A-frame” gebruikt. Het dakvlak werd gemaakt van “sparren” en “juffers” en gordingen.  Steeds 4 sparren en dan een juffer, dan weer 4 sparren en weer een juffer enz. De sparren zijn de wat dunnere rondhouten van 12-20 cm. doorsnee. De juffers zijn stevige rondhouten van een 15-25 cm. doorsnee.   Elke juffer uit de in de lengte tegenover elkaar liggende dakvlakken werd rechtstreeks met elkaar verbonden door de hanenbalken. De sparren en juffers lagen “zoals dat costume was” op een voet afstand, ongeveer 31 cm. Zodoende komt er elke anderhalve meter een hanenbalk.
    • De stijlen staan op een Klip of Poer. Een gemetselde stenen fundering.
Constructie van de boerderij van Benny Boschma in Goënga. Dakvlak gemaakt met een "A-frame"dat staat op de binnenkant van de draaghouten.
Constructie van de boerderij van Benny Boschma in Goënga. Dak gemaakt met een “A-frame” dat met de spantbenen  op de binnenkant van de draaghouten staat. Hierdoor kan het draaghout niet naar buiten kantelen.
De bouwtekening is onderdeel van een bestek uit 1709 gemaakt voor de bouw van Monsma te Hennaard. Blijkbaar was een summiere tekening en een bestek met maar 40 artikelen voldoende om een boerderij te kunnen bouwen. Uit de term "zo het costume is", (zoals het gebruikelijk is) terug te vinden in de verslagen van een slepende rechtszaak rond deze bouw, volgt dat er een duidelijke standaard was voor de timmerlieden met betrekking tot het bouwen. Het was costume dat de juffers op één voet afstand lagen en dat er 2 gordingen onder het dakvlak kwamen. Het was ook costume met hoeveel spijkers alles vastgetimmerd moest worden en hoe diep de klippen moesten worden gefundeerd. enz enz.

 

Geef een reactie