Kerkbedrijf voor de reformatie II. Oblationes als verdienmodel

 

Oblatio: geschenk, offerande, vrijwillige gift, liefdegift

Schenkingen zijn in de eeuwen voor de reformatie wellicht de grootste inkomstenbron van de katholieke kerk geweest. Mensen schonken geld, arbeid, rente of land. Stukken land en zelfs hele boerderijen werden bij testament aan de kerk nagelaten. Op het volgende kaartje is te zien hoe enorm veel grond de katholieke geestelijkheid in de Friese grietenij Hennaerderadeel in bezit had voor 1580.

Kerk en kloostergoederen rond Oosterend
Kerk en kloostergoederen rond Oosterend. Blauw en grijs zijn de kloosterlanden en paars en oranje de kerkenlanden. Zo bezien is het geestelijke grondbezit rond Oosterend nagenoeg 30% van het hele oppervlak.                    Kaartje gemaakt met HISGIS

De kloosters hebben in Friesland grote stukken land verworven door deze met harde arbeid (terug) te winnen op de zee. Bedijken en inpolderen. Dat is allemaal wel bekend en goed beschreven maar het mechanisme van de oblationes leidde wellicht tot een nog veel sterkere aanwas van het vermogen en grondbezit van de geestelijkheid. Dit mechanisme is in de vergetelheid geraakt.

Hoe werkte dat?

Om het goed te begrijpen moeten we teruggaan naar de eeuwen voor de reformatie. In Friesland is dat voor 1580.

De pastoor was het hoofd van de katholieke kerkgemeenschap. Hij zorgde voor het opdragen van de mis en hij was sterk betrokken bij de gemeenschap. Er waren ook anderen, priesters, die zich bezig hielden met het bidden voor het zieleheil van de overledenen. Dit was voornamelijk de taak van de vicarius.

De mensen geloofden heilig dat als er na het overlijden voor je ziel gebeden werd, dat je dan nader tot God kon komen en je zonden eerder vergeven zouden worden. Het was veruit het beste als een priester, de vicarius, op gezette tijden voor jouw zieleheil zou bidden. Een priester stond dichter bij God dan de gewone mens en zijn gebed had meer effect. Zodoende werd er op zijaltaren in de kerken en kloosterkerken alle dagen van de week gebeden voor het zieleheil van de overledenen die daar bij leven of bij testament flink voor hadden betaald.

In het  testament  van Hans van Roorda, opgemaakt in 1595 in Emden in Noord Duitsland, waar hij als katholiek na de reformatie naar toe was gevlucht, lezen we een aantal teksten in het latijn die dit fenomeen precies weergeven:

.....defunctorum animae plurimum iuvari  precibus , eleemosinis et oblationibus, vt cum eis misericordius agatur, quam peccata meruerunt. ....dat de zielen van de overledenen zeer veel geholpen worden door de gebeden, smekingen, aalmoezen en offers, zodat er met hen barmhartiger wordt gehandeld dan hun zonden hebben verdiend

.....cum oblationibus, et suis pijs praecibus intercederen apud deum     .....met hun offers en vrome gebeden voorspraak doen bij God.

.....vorhoepende per eorum praeces et oblationes deum animabus nostris predictis fore propitiorem                                               .....hopende door hun gebeden en offers dat God onze voornoemde zielen goedgunstiger zal zijn.          
Vertaling Latijn: Liuwe Westra Lollum. Transcriptie: Paul Borghaerts

Hans van Roorda hoopte dat het katholieke geloof weer het staatsgeloof zou worden in Friesland en dat hij als katholiek terug zou kunnen keren naar Hennaerd, het kleine dorpje in Hennaerderadeel waar hij op Sassinga woonde. Hij was de eigenaar van vrijwel alle boerderijen in het dorp. Zijn vader was de beroemde Dijkgraaf Rijoerdt van Roorda die met Caspar de Robles de Friese dijken ten zuiden van Harlingen verhoogde. Hans, Rijoerd en Caspar staan vermeld op het standbeeld “De stenen man” op de dijk onder Harlingen.

Uit het testament komt naar voren hoe zeer Hans geloofde in de praktijk van de oblationes. Hij schonk testamentair grote sommen geld aan kerken en kloosters, om na zijn overlijden op alle dagen van de week zielemissen te laten lezen en oblationes te laten doen voor het zieleheil van hem zelf, voor zijn vrouw, kinderen en ouders.

1 Hij legateerde 24 kijzers guldens jaarlijks aan de Minne Broeders in Bolsward voor de zielemissen en oblationes op zondag en maandag.
2 De broeders moesten ook voor 20 dalers jaarlijks een altaar versieren en de wapens van hemzelf en zijn vrouw er op laten schilderen.
3 Hij legateerde aan de Patribus Collegij Beate Virginis Colonie, de paters van de gelukzalige maagd van Keulen 200 dalers voor de zielemissen en oblationes op woensdag en vrijdag.
4 Aan het nog op te richten Collegie patrum societatis Jhesu, het college van de vaders Jezuieten eveneens 200 dalers voor de zielemissen en oblationes op dinsdag en donderdag.
5 Jaarlijks 5 gouden guldens voor elke geestelijke in de dorpen Hennaard en Nijkerk waarvoor de pastoors Hans, zijn vrouw,kinderen en ouders op moesten nemen in het zondags gebed.

Op deze manier verwierf de katholieke kerk grote sommen geld en land. De enorme Sint Pieter in Rome is op grond van hetzelfde mechanisme gebouwd. De mensen konden aflaten kopen (aflaten van hun zonden) en dat deden ze maar al te graag. Ze geloofden de geestelijken die de mensen indringend wezen op hun zondigheid. Ze waren als de dood voor de hel en verdoemenis die werd geschetst en die ze volgens diezelfde geestelijken te wachten stond.

Het mechanisme van de oblationes in het kort:

-U bent zondig! U bent voor eeuwig verdoemd!
-Het enige dat u kan redden is als er voor uw zieleheil gebeden wordt.
-Dan, en alleen dan, kunt u in het hiernamaals nader tot God komen en       kunnen uw zonden verlicht of zelfs vergeven worden.
-Het beste is het als er door een priester voor uw zieleheil wordt gebeden
-Een priester staat immers veel dichter bij God.
-De grootte van uw “vrijwillige gift” bepaalt het succes.

Zie hier het “verdienmodel” van de katholieke kerk in zijn verwerpelijke gedaante. Een vreemd mechanisme in het licht van de grondgedachte van het katholicisme dat Jesus Christus is gestorven voor de zonden der mensen. Vandaag de dag komt dit mechanisme van de oblationes als uiterst corrupt en uitgekookt over maar het was voor de middeleeuwse mens een beklemmende en beangstigende realiteit. De mensen leefden in grote angst voor de dood en het hiernamaals. Dat is ook te zien aan de dure gedenkstenen en pompeuze sarcofagen in de kerken. Als jouw graf nou maar dichter bij het altaar was dan ………………

De geestelijken waren sowieso dichter bij God en de adel kon zich misdragen en zijn zonden eenvoudigweg afkopen met oblationes en zich ook nog de dure graven dicht bij het altaar permitteren. De boeren konden geld en land schenken maar de gewone man,  tja, achter aansluiten dan maar.

Geef een reactie